Niertransplantatie – wat is dat?

Zonder nieren kan je niet leven. Voor veel mensen met nierfalen, is transplantatie de beste behandeling. Dan krijg je een donornier die je nierfunctie overneemt. De nier kan afkomstig zijn van een levende of overleden donor.


Wachtlijst De gemiddelde wachttijd voor een nier van een overleden donor is lang: bijna 2,5 jaar. Een donornier van een levende donor is beter, die gaat gemiddeld twee keer zo lang mee. Zeker bij kinderen die langer nog te leven hebben dan volwassen is dat van belang dat ze nier van een levende donor krijgen. Maar er is niet altijd iemand die een nier wil geven. Of de donor is geen match met de ontvanger. Een match betekend niet alleen bloedgroep match, er worden meer onderzoeken gedaan om te bepalen of iemand is geschikt als donor.


Donatie bij leven Ruim de helft van de transplantaties in Nederland is met een nier van een levende donor. Groot voordeel is dat de donornier dan gemiddeld langer mee gaat (20 tot 25 jaar), zeker als transplantatie plaatsvindt voordat dialyse is gestart.

Na de transplantatie Door de verbetering van je lichamelijke conditie, kun je na een niertransplantatie je actieve leven grotendeels weer oppakken. Uiteraard verschilt het per persoon, maar de kwaliteit van leven gaat meestal vooruit. Wel zal je medicijnen moeten slikken tegen afstoting




Donornier van overleden donor Iets minder dan de helft van de transplantaties in Nederland vindt plaats met een met een nier van een overleden donor (ook wel: postmortale transplantatie). Dan is de nier afkomstig van iemand die is overleden én zich had geregistreerd als orgaandonor. Gemiddeld blijft een getransplanteerde postmortale nier 10 jaar werken. Daarna moet je weer op de wachtlijst voor een donornier en dialyseren.

Transplanteren of dialyseren? Een nierfunctievervangende behandeling, zoals een transplantatie, vindt vaak plaats als de nieren nog 15% werken - maar dat verschilt per patiënt. Wat de optimale behandeling is, niertransplantatie of dialyse (en welke manier), dat besluit je samen met je arts. Behalve je medische achtergrond, wegen ook je persoonlijke mogelijkheden en voorkeuren mee. Bijvoorbeeld of je transplantatie wel wilt, en of je liefst thuis of in het ziekenhuis dialyseert. Gebruik de keuzehulpen op nieren.nl en ontdek welke behandeling het beste bij jou past.

Dialyse

Als je nieren nog nauwelijks werken en een transplantatie niet (meteen) kan, heb je een kunstnier nodig om in leven te blijven. Dat heet dialyseren. Deze behandeling heeft heftige bijwerkingen. Veel patiënten zeggen daarom ‘dialyseren is geen leven maar overleven’.


Wat is dialyse? Er zijn twee manieren om te dialyseren. Bij peritoneaaldialyse (PD) filtert je buikvlies afvalstoffen uit je bloed; je krijgt daarvoor een katheter in je buik. Bij hemodialyse (HD) filtert een kunstnier in een machine je bloed; deze machine sluit je aan op een bloedvat. Vergeleken met HD geeft PD meer vrijheid en energie maar brengt het ook meer complicaties met zich mee, zoals buikvliesontsteking.


Kinderen

Je ziet het vaak niet aan ze, maar kinderen met een nierziekte hebben het zwaar. Want opgroeien met een nierziekte eist ongelooflijk veel van kinderen.

Opgroeien met een nierziekte eist veel van een kind. Niet mogen eten wat je lekker vindt, vaak naar het ziekenhuis en veel medicijnen slikken. Uiteindelijk soms zelfs dialyseren of een transplantatie.




Hoe wordt je nierdonor en wat zijn de gevolgen?


Nierdonatie bij leven

Ongeveer 500 keer per jaar geeft iemand bij leven een nier aan een nierpatiënt. Dat is een groot besluit. Overweeg je om nierdonor te worden? Bespreek je voornemen met je huisarts, familie en vrienden. En informeer jezelf vooraf, zodat je de mogelijke gevolgen kent.

Voordelen voor de nierpatiënt Transplantatie met een nier van een levende donor heeft voordelen voor degene die de nier ontvangt.

De nierpatiënt hoeft niet, of minder lang, te dialyseren; dat scheelt heftige en schadelijke bijwerkingen.

De transplantatie is te plannen. De donor en de nierpatiënt kunnen zich voorbereiden en in optimale conditie de transplantatie ondergaan. Dit verhoogt de kans op succes.

Donornieren van een levende donor blijven langer werken: gemiddeld 20 jaar, tegen 10 jaar voor een nier van een overleden donor. Als de dialyse nog niet is gestart op het moment van transplantatie, gaat een nier van een levende donor gemiddeld zelfs 25 jaar mee.


Gevolgen nierdonor Een gezond mens kan met één nier normaal leven. Die ene nier die je na nierdonatie overhoudt, gaat harder werken en compenseert zo voor de gedoneerde nier. Daarom is nierdonatie bij leven mogelijk. Ongeveer 10 procent van de nierdonoren krijgt complicaties rond de operatie, zoals een wondinfectie, longontsteking of trombose


Lange termijn Nierdonoren hebben geen hogere kans op nierfalen en overlijden, als je hen vergelijkt met de gehele bevolking (jong en oud; gezond en ziek). Als je nierdonoren vergelijkt met vergelijkbaar gezonde mensen, dan is er een heel klein extra risico op nierfalen en overlijden.

Vóór de nierdonatie: uitgebreid onderzoek Iedereen die nierdonor wil zijn, ondergaat uitgebreid onderzoek (screening). Dat is nodig om na te gaan of er een match is: of de bloedgroep en de weefselkenmerken passen bij die van de ontvanger. Maar ook om na te gaan of de donor de ingreep medisch en emotioneel aan kan. Ongeveer de helft van de potentiële donoren wordt afgekeurd.


Meer informatie is te vinden op www.nierstichting.nl

We hebben hier kortere uitleg gegeven over niertransplantatie . Mocht u meer willen weten, graag verwijzen we u naar Transplantatie Stichting

https://www.transplantatiestichting.nl/page/nierdonatie-bij-leven